"De Marne - Land van dijken en wierden"
De naam de Marne is afgeleid van het woord "mar" wat waterrijk gebied betekent. Het oostelijke deel van de gemeente behoort historisch gezien bij het Halve Ambt. Omstreeks 500 voor Chr. gingen de eerste bewoners van het gebied zich vestigen op de door de natuur onstane hoger gelegen plaatsen. Door de stijging van de zeespiegel werden deze vanaf het begin van onze jaartelling verder opgehoogd en zo ontstonden de wierden. Op de grotere wierden werd een centrale plaats ingenomen door de kerk met begraaafplaats. Verder stonden er de huisjes van de arbeidersbevolking en de bedrijfjes van neringdoenden. Aan de randen stonden de boerderijen.
Rond 1000 werden de eerste kleine dijken aangelegd. Hierdoor werden niet alleen de woonplaatsen (wierden) beschermd, maar ook het er tussenliggende landbouwgebied, tegen het zoute water. De eeuwen er na ging men steeds verder met het omdijken (inpolderen) van de kwelders langs Waddenzee en Reitdiep. De laatste grote inpoldering was uiteindelijk in 1969, de Lauwerszee.
Oorspronkelijk waren de gronden vaak in eigendom bij kerken en kloosters. In de middeleeuwen veranderde dit. Landjonkers gingen het land beheren en oefenden de rechtspraak uit. Zij woonden in grote behuizingen, namelijk de borgen. Tussen 1800 en 1900 zijn de meeste borgen in het gebied afgebroken. Alleen de borg Verhildersum in Leens is één van de borgen, die voor het nageslacht is behouden gebleven.
In dit fraaie boek kan men aan de hand van oude en nieuwe foto's een (foto)tocht maken door de verschillende dorpen in de Marne.
In het tweede deel, onder de rubriek 'Weet u nog wel....', is er veel aandacht besteed aan foto's van scholen, bedrijven en andere 'kiekjes' uit vroeger dagen, maar ook aan hedendaags fotomateriaal.


klik hier voor een voorbeeld